Reina Segal

vorige naam / volgende naam / namenlijst

Let op: de tekst op deze pagina moet nog geredigeerd worden en kan daarom onjuistheden bevatten. Correcties en aanvullingen kunt u melden aan de redactie, via webmaster@herdenkingleiden.nl

Reina Segal

05-01-1925 Amsterdam
26-03-1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
28-12-1927 – 17-3-1943

 

 

 

Ouders:
Abraham Segal, 19-12-1890 Amsterdam – 9-11-1942 Auschwitz
Leentje van Sijs, 22-3-1888 Amsterdam – 2-6-1927 Amsterdam
Stiefmoeder: Elisabeth Visser, 8-1-1886 Amsterdam – 9.11.1942 Auschwitz

Broers en zusters:
1. Sipora Segal, 6-10-1913 Amsterdam – 16-4-1943 Sobibor
2. Salomon Segal, 20-8-1914 Amsterdam – 26-9-1916 Amsterdam
3. Isaac Segal, 6-8-1916 Amsterdam – 9-11-1942 Auschwitz
4. Marcus Segal, 29-4-1917 Amsterdam – met de Dora naar Palestina in 1939
5. Sara Segal, 16-4-1920 Amsterdam  – 9-11-1942 Auschwitz
6. Betje Segal, 25-1-1922 Amsterdam – 5-11-1942 Auschwitz
7. Reina
Stiefbroers en -zuster:
1. Levie Meents Amsterdam 10-12-1909 – 9-4-1943 Sobibor
2. Benjamin Meents, 3-10-1912 Amsterdam – 7-10-1942 Auschwitz
3. David Meents, 27-9-1914 Amsterdam – 20-8-1941 Mauthausen
4. Betje Meents, 22-1-1918 Amsterdam – 24-9-1939 Amsterdam, gehuwd met Joseph de Beer (31-7-1915 Amsterdam – 31-3-1944 Auschwitz), zij kregen twee kinderen, waaronder Bram (Abraham) de Beer, ook Bram woonde een periode in het Joodse Weeshuis.

Biografie: 

Reina woonde ruim 15 jaar in het Joodse Weeshuis, dat was heel lang. Ze kwam ook al naar Leiden op jonge leeftijd, ze was toen nog net geen drie jaar oud.

Reina was de jongste uit een gezin van zeven kinderen. Haar moeder overleed kort na Reina’s tweede verjaardag. Maar voor die tijd was Reina ook al perioden niet thuis geweest. Ze verbleef toen ze ongeveer anderhalf jaar was een periode van zes weken in de (niet-joodse) inrichting ‘Hulp voor onbehuisden’ in de Tweede Constantijn Huygensstraat. In november 1926 ging ze daar opnieuw naar toe, nu voor een periode van vijf weken en samen met zus Betje.

Na het overlijden van hun moeder gingen de beide jongste meisjes opnieuw uit huis. Betje, vijf jaar, ging naar het Centraal Israëlitische Weeshuis in Utrecht. Ook Marcus ging naar het Joodse Weeshuis in Utrecht. Reina ging eerst naar oom Lion Winnik (getrouwd met een zus van haar vader), maar een half jaar later verhuisde Reina naar het Joodse Weeshuis in Leiden. Enkele weken later werd ze pas drie jaar oud.

Reina’s vader hertrouwde in mei 1928 met weduwe Elisabeth Visser, die vier kinderen uit haar eerste huwelijk had, tussen tien en achttien jaar oud. Zij beviel in 1929 van een dochter, die kort na de geboorte overleed. Vanaf 1933 woonden ze op Joden Houttuinen 74/76, één hoog, waar Reina regelmatig kwam (bron: Piet de Vries). Reina’s oudste zus trouwde in 1935; in 1937 werd Reina tante.

Reina ging zoals alle kinderen uit het weeshuis naar de Langebrugschool; ze bleef twee keer zitten. Op de foto van de tweede klas van Truus Pijnnaken (nu mevrouw Griffioen) uit het voorjaar van 1934 zat ze achteraan, rechts van juffrouw Kerseboom; aan de andere kant van het pad zat Betsy Wolff. Reina was toen al een jaar achterop geraakt, want mevrouw Griffioen is geboren in 1926, evenals twee andere weeshuiskinderen in de klas, Jopie Beem en Charles Kirschenbaum; klasgenoot Harry Spier was echter ook van 1925, Betsy zelfs van 1924.

 

In februari 1938 poseert ze als stralende tiener, met bril nu, voor de foto voor het felicitatiealbum van de heer Levisson. Dertien jaar inmiddels, is ze in haar briefje aan hem nog een echt lagere-schoolkind: ‘En dat U veel cadeautjes zult krijgen.’ Anderhalf jaar later gaat ze naar de Vakschool voor Meisjes, de Huishoud- en Industrieschool, die normaal gevestigd was aan Rapenburg 23, maar wegens vordering van dit gebouw in verband met de algemene mobilisatie (29 augustus 1939) tijdelijk onderdak gekregen had in het gebouw van de katholieke Vakschool aan het Galgewater, enkele lokalen van het voormalige gymnasium aan de Doezastraat (het jaar tevoren verhuisd naar de Fruinlaan) en een herenhuis aan de Herengracht, tegenover het Oudeliedenhuis. Daar kwam ze in de klas bij Suze Heijmans (nu mevrouw Mulder). (Mevrouw Mulder heeft een herinnering aan de bouw van het weeshuis, toen ze twee jaar oud was! Haar vader werkte bij boer Roelofs, die land had aan de Cronesteinkade, achter het weeshuis; zij ging wel met hem en haar broers mee.) Voorjaar 1940 worden in de tuin van het oude gymnasium twee klassenfoto’s gemaakt, waarop Reina beide keren helemaal vooraan zit – in haar mooie gebloemde jurk in niets herkenbaar als meisje uit het joodse weeshuis. Na dat jaar verlaat Suze de school; Reina blijft. Als het schoolbestuur op 9 september 1941 aan de gemeente opgeeft, welke joodse leerlingen de Huishoud- en Industrieschool bezoeken, blijken er onder de acht joodse meisjes, alle uit Leiden, vier uit het weeshuis te zijn: naast Reina ook nog Betsy Wolff, die eerder bij haar in de klas had gezeten, Corrie Frenkel en Frieda Lichtenbaum. (Elly (Isabella) Boasson, ook op deze lijst, was die zomer geslaagd voor haar eindexamen op de Meisjes-H.B.S. aan de Garenmarkt, maar voor het komende jaar voor de Vakschool opgegeven – zoals ze in augustus 2002, over uit Israël, vertelde.)

Reina kon in september 1941 niet terug naar school: na acht jaar lagere school en twee jaar huishoudschool zal zij de laatste anderhalf jaar van haar leven in het weeshuis geholpen hebben. Ze was een ‘echt moedertje’ voor de kinderen. Mevrouw Mulder herinnert zich haar als een heel lief meisje, wat eigenlijk ook uit alle foto’s blijkt: steeds zien we een vriendelijk, zacht gezicht.

Eind juli 1942, twee weken na het begin van de deportaties naar Auschwitz, komt Bram de Beer, het tweejarige zoontje van Reina’s stiefzus Betje Meents (zeven jaar ouder dan zij), naar het Leidse weeshuis; hij blijft tot het eind. Reina’s ouders (vader en stiefmoeder) en de thuiswonende kinderen worden begin november 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. Rond die tijd moet de laatste portretfoto van Reina gemaakt zijn. Na het transport van het weeshuis naar kamp Westerbork, behoort zij tot de groep van 26 kinderen en (alle) 9 personeelsleden van het weeshuis die direct met de eerstvolgende trein, op 23 maart 1943, naar Sobibor gedeporteerd worden. Daar wordt Reina drie dagen later in de gaskamer om het leven gebracht.

 

Foto’s en documenten van Reina Segal: